Wennen

De wenperiode

Op kinderdagverblijf Puk vinden we het erg belangrijk dat een kind eerst een wenperiode krijgt voordat het naar het kinderdagverblijf komt.
Deze periode is nodig om kinderen, ouder en pedagogisch medewerkers aan elkaar te laten wennen. Je wilt elkaar leren kennen om zo goed mogelijk voor de kinderen te kunnen zorgen. Eerst vindt er een intakegesprek plaats en wordt er informatie gevraagd over het kind over voeden, slapen, troosten etc. Samen met de ouders worden er afspraken gemaakt voor het wennen.

Wij hanteren geen vaste indeling hiervoor. Wel is het belangrijk dat in ieder geval tijdens het wennen 1 keer het slapen bij Kinderdagverblijf Puk wordt “geoefend”. Wij vinden het heel belangrijk dat de ouders tijdens het wennen bereikbaar zijn. We vinden het belangrijk dat zowel het kind als ook de ouder na iedere keer wennen prettig afscheid kan nemen zodat naar Kinderdagverblijf Puk gaan een plezierige ervaring is.

Het is niet gezegd dat kinderen binnen de wenperiode gewend zijn, meestal hebben kinderen of ouders langer tijd nodig. De dagindeling voor de baby’s wordt individueel op hen afgestemd, in overleg met de ouders.

Het is belangrijk om volgens een vast ritueel afscheid te nemen van uw kind, dat helpt uw kind vertrouwen te krijgen. Neem voor het afscheid ook voldoende tijd zodat uw kind gerust is gesteld. Als u als ouders/verzorgers behoefte heeft om te informeren naar uw kind, dan mag u gerust bellen, desnoods een paar keer per dag. Wij houden ouders graag op de hoogte.

Uw kind gaat naar de andere groep

In de wenperiode als een kind bijna overgaat naar een volgende groep, bezoekt een kind tijdelijk twee stamgroepen. Dit doen we heel bewust om een kind geleidelijk te laten wennen aan de nieuwe groep en om niet over grenzen van kinderen heen te gaan. Het belang van het kind staat hierbij telkens voorop. De wenperiode bedraagt normaal gesproken één maand. Er wordt naar het kind gekeken en naar het aantal dagen dat het per week komt hoe vaak een kind per week gaat wennen. In een enkel geval zullen we de wenperiode verlengen als het kind veel moeite blijkt te hebben met de overgang. Ook kan het voorkomen dat we gezamenlijk (pedagogisch medewerker(s), de directie en verzorgers en/of ouders) besluiten om de overgang nog één of twee maanden uit te stellen als we merken dat een kind de overgang sociaal-emotioneel nog niet aankan.
Omgekeerd kan het ook gebeuren dat een kind, dat sociaal-emotioneel al sterk is ontwikkeld en cognitief of op ander gebied meer uitdaging nodig heeft, iets eerder gaat wennen in de andere groep zodat er bij zijn behoeften in ontwikkeling wordt aangesloten. Dit gebeurt dan in overleg met de verzorgers en/of ouders.

Soms blijft een kind de eerste keer slechts korte tijd, maar als blijkt dat een kind het naar zijn zin heeft blijft het langer. De eerste keer blijft een kind maximaal een halve dag: tot aan het brood eten. Vervolgens bouwen we dit op tot een hele dag.

Het kind kan op deze zogenaamde wendagen altijd terug naar zijn vertrouwde groep als het niet echt goed gaat. Onze ervaringen zijn echter dat het wennen bij de meeste kinderen erg soepel verloopt. Wij denken dat dit komt omdat we naar het kind en zijn behoeften kijken en het kind telkens liefdevol en respectvol benaderen. Een andere reden zou kunnen zijn dat wij met regelmaat het “Open deuren” hanteren. Hierdoor is het kind al bekend met de groepsruimte, de kinderen en de pedagogisch medewerkers.